Hulp nabij is geen eenvoudige opdracht

Sinds 2015 is een deel van de verzorgingsstaat ‘verhuisd’ naar de gemeenten, omdat zij dichter bij mensen staan. Een gemeente zou daarom beter weten wat haar hulpbehoevende inwoners nodig hebben, of hoe ze willen ‘participeren’. Burgers zouden met steun van de gemeente ook met meer succes een beroep op elkaar kunnen doen. Wat komt er in de praktijk terecht van die beloften? Op donderdag 13 september presenteerden onderzoekers van de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam de uitkomsten van een meerjarig onderzoeksproject naar de gevolgen van de decentralisaties van langdurige zorg, jeugdzorg en arbeidsmatige dagbesteding. (in het boek “de verhuizing van de verzorgingsstaat”). Drieënhalf jaar na dato constateren de onderzoekers dat burgers het wel prettig vinden dat de gemeente bij hen thuis komt voor het zogenoemde keukentafelgesprek. Maar na analyse van 66 ‘keukentafelgesprekken’ blijkt ook dat het een illusie is te veronderstellen dat ‘het netwerk’ van mensen met een hulpvraag veel meer en breder ingezet zou kunnen worden.

 

Het gehele systeem van de decentralisaties kent, zoals het persbericht vermeldt, de nodige tekorten. 

Ten eerste is er een ‘professioneel tekort’: wijkteams en andere professionals die bij mensen over de vloer komen, voelen zich weinig geëquipeerd en gesteund. Zij staan er vaak alleen voor en moeten zelf manieren zien te vinden om om te gaan met de onduidelijke en intern tegenstrijdige taken, zoals bevordering van zelfredzaamheid.
 

Ten tweede is er een democratisch tekort: er is weinig ruimte voor kritiek op het beleid dat gericht is op nabijheid en zelfredzaamheid. Dit wordt in beleid neergezet als een onvermijdelijke en onomkeerbare ontwikkeling in plaats van als een politieke keuze waarover je van mening kan verschillen.
 

Tot slot dreigt er een solidariteitstekort: in de meeste gevallen komt er weinig terecht van het streven om mensen die hulp nodig hebben een groter beroep te laten doen op hun sociale contacten, maar het wordt ze wel veelvuldig en soms indringend gevraagd. Dat roept schaamte- en schuldgevoelens op. Het kan ook relaties beschadigen en vernedering met zich meebrengen. Bijvoorbeeld wanneer familie of buren van de cliënt zich onder druk gezet voelen en dingen beloven die ze al na korte tijd niet meer kunnen of willen waarmaken, waardoor de cliënt teleurgesteld of zelfs eenzaam achterblijft.

 

Het boek is het eerste grote en meerjarige kwalitatieve onderzoek naar de decentralisaties die in 2015 van kracht werden: van de jeugdzorg, de participatiewet en de langdurige zorg.

Naar aanleiding van het boek verscheen in NRC een interview met Evelien Tonkens, hoogleraar burgerschap aan de Universiteit voor Humanistiek.


Terug naar de startpagina