Zita van Deursen.

Onlangs had ik een goed gesprek met Zita van Deursen-Bekkers. Het was boeiend om met haar aan de tafel te zitten en dan kom je er achter wat voor een persoonlijkheid ze is.

Zita Bekkers werd geboren 4 mei 1925 in de Molenstraat te Deurne ter hoogte waar nu een viswinkel is, als oudste dochter van Jan Bekkers. Haar vader was veehandelaar en had een slagerij. Hij had ter hoogte waar nu de Binderendreef is een stuk grond van vier en een halve hectare voor het vee. Dat stuk grond heette de pieëk!

Zita groeide op tussen vijf broers en twee zussen. Vader Bekkers wilde dat zijn kinderen een goede school volgden. Daarom ging Zita vanaf haar elfde jaar voor 4 jaar naar een ULO kostschool in Reusel. Ook haar twee zussen gingen daar naar toe. De broers volgden ook een goede opleiding.

Drie broers gingen naar de H.B.S. in de Molenstraat in Helmond, één van hen leerde dierengeneeskunde in Utrecht en werd dierenarts.

De tweede volgde verder de Tropische Hogeschool in Deventer, ging later naar de Kongo en had aldaar een katoenplantage.

De derde ging later naar de Ruwenberg op kostschool in Sint Michielsgestel. Daar leerde hij de Franse taal, dat later voor zijn eigen zaak goed van pas kwam.

Een broer ging naar de slagersvakschool, de jongste broer Toon emigreerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw naar Nieuw-Zeeland en ook haar zus Trees emigreerde naar dat land. Jan en Koos hadden later ieder een eigen zaak. Jan Beckers (met ck) en Koos Bekkers.

Later kwam Jo vanwege de opstand in Belgisch Kongo terug in Nederland en is bij Jan in de zaak gekomen.

Na de ULO gedaan te hebben bezocht Zita de huishoudschool Sancta Maria aan de Visser in Deurne waar ze naaien en koken leerde om zodoende in het grote gezin van 10 personen en een <meid en een knecht> haar moeder mee te helpen.

Onder een kersenboom in 1945 leerde Zita, Lauw van Deursen kennen. Tijdens hun verlovingstijd bracht Lauw dikwijls Zita met haar hockeyclub naar de plaatsen waar ze moesten spelen. Er werd een grote kap op de vrachtwagen geplaatst en zo kon de hele club naar de plaats van bestemming.

Ook haalden ze allerhande streken uit als de hele groep bij elkaar was. Tijdens een treinreis naar Venlo zag Harrie Maas een Duitse soldatenhelm in de coupé liggen en gooide hem in de Maas. Als het niet te ver was, bijvoorbeeld in Venray, dan ging de hele hockeyclub op de fiets. Lauw leerde Zita ook vrachtwagen rijden. Tijdens een oefenrit vroeg Zita opeens ‘er komt een auto aan’ wat moet ik nu toch doen? Lauw: “Er niet tegenaan rijden”.

Op 6 Juni 1945 trouwden ze en gingen wonen op postadres V 46 (Vlierdenseweg). Samen waren ze 45 jaar gelukkig getrouwd. Zita en Lauw kregen drie zonen en een dochter. Ze is trots op haar vier kinderen en zes achterkleinkinderen.

Lauw was Mulder en bezat de molen van Liessel. De Vlierdense molen was van zijn broer Wim. Maar omdat Wim van Deursen wethouder was, nam Lauw het werk op de molen in Vlierden op zich. En Lennart Mennen werd knechtmolenaar op de molen in Liessel. Zita kende niet alleen alle telefoonnummers van hun klanten maar zelfs de verjaardagen wist ze allemaal van buiten. Haar buurman Cuypers was zó bijdehand dat Zita de stekker van de stofzuiger er aan moest zetten.

Doordat Zita elke zondag met haar schoonmoeder -Miet van Deursen- naar de kerk ging leerde ze iedereen in Vlierden kennen.

 

Lauw verkocht aan huis granen, kunstmest en brandstoffen. De kolenloods stond op de plaats waar nu Martien van der Wallen woont en die vindt er nog steeds kolen.

Zita hielp in het bedrijf mee, onder andere door de kolen op te zakken; en dat zijn er in haar leven heel wat geweest. Ze zou niet graag meer de kolen opzakken die ze ooit in haar leven opgezakt heeft. Als ze kolen aan het opzakken was voor Willem den Booi <Willem van Otterdijk> zei hij

tegen haar: Nonneju, als ons Hanneke alle kanten zó klèmde kwam ik er nooit mer an!

En Fer de Veldwachter was een vèrke, als wij samen de briketten opzakten stiet hij ze expres weer om. En wij natuurlijk lachen, zo konden wij weer rapen.

In 1972 bouwden Lauw en Zita de bungalow waar ze nu nog woont.

De grond waar nu het huis staat hoorde vóór die tijd bij de Vlierdense molen.

Haar zoon Hans woont naast en Laurens tegenover haar.

Terug naar de startpagina